fbpx
gras

Hoe lees je het bacterieklimaat uit een kuilanalyse?

Van analyse, naar inhoud en de oplossing.

Een kuil moet smakelijk zijn. Het moet zorgen voor een gezonde productie met eigen geteeld ruwvoer. Maar hoe krijg je dit voor elkaar en hoe weet je of je kuil goed is? 

We hebben de neiging om direct naar voederwaardes te kijken. Denk aan zetmeel, suiker of Voeder Eenheid Melk (VEM). Maar benutten de dieren deze voederwaardes ook daadwerkelijk als de kuil open is? Dit hangt af van het bacterieklimaat (microklimaat) in de kuil. Inzicht in het bacterieklimaat van je kuil is dus ontzettend nuttig. Maar, waar moet je op letten en hoe lees je een kuilanalyse af? Wij leggen het je graag uit. 

Bacteriën produceren zuren

Bacteriën eten wateroplossende koolhydraten – in graskuilen hoofdzakelijk suikers – en zetten deze om in zuren. De belangrijkste graadmeter voor het bacterieklimaat in je kuil is de geur. Als het voer lekker ruikt, dan is het gezond voer en vreten de dieren het goed. De houdbaarheid is beter, het voer is gezonder en er is minder risico op endotoxinen (giftstoffen uit verkeerde bacteriën) en mycotoxinen (giftstoffen uit schimmels). Dit zorgt ervoor dat het bacterieklimaat in je kuil bepalend is of de voederwaardes op papier ook daadwerkelijk gaan leiden tot een gezonde productie. Ook uit eerder onderzoek dat we gedaan hebben kwam dit belang van het bacterieklimaat in de kuil duidelijk naar voren. Lees er hier meer over.

De kuilanalyse

Hieronder vind je een voorbeeld van een kuilanalyse van gras van het voorjaar van 2021. In deze kuil is geen toevoegmiddel gebruikt.

Kuilanalyse voorjaar 2021

Om meer inzicht te krijgen in de getallen van de analyse en met name ook de oorzaken en gevolgen hiervan, geven wij hieronder een uitleg.

DS:
De kuil bevat 383 gram per kg droge stof. Dit houdt in: 38,3% droge stof.

pH:
De kuil heeft een pH-waarde van 5,0.
De pH-waarde geeft aan in welke mate je kuil verzuurd is. Bij deze analyse is de pH-waarde niet snel genoeg en niet diep genoeg gezakt om de slechte bacteriën snel genoeg te doen afremmen. De onderstaande tabel van Wieringa geeft een duidelijk beeld van de verhouding tussen pH-waarde en droge stof, met daarbij het risico op clostridia’s (o.a. de boterzuurbacterie en de eiwitafbrekende bacterie). Voor natte en eiwitrijke kuilen is het nog moeilijker om de pH-waarde te laten zakken. Met water als basis (pH-waarde van 7) is het moeilijk om de pH-waarde van de kuil naar beneden te krijgen. Een hoog eiwitgehalte heeft een bufferend effect op de pH-waarde.

Verhouding pH-waarde en droge stof, met risico op clostridia’s

Boterzuur:
Het boterzuurgehalte is 4,6.
Boterzuurbacteriën (saccharolytische clostridia) komen met vervuiling van zand (Ruw as) vaak in de kuil. Deze bacteriën gebruiken melkzuur als voedingsbron en geven een vieze geur en smaak aan je kuil. Bovendien kunnen boterzuurbacteriën en -sporen in de melk terecht komen. Dit is niet goed voor je melkkwaliteit. Boterzuurbacteriën houden een hoge pH-waarde en vocht.

Bij deze kuilanalyse heeft het te lang geduurd voor de pH-waarde laag genoeg was en is de pH-waarde in absolute zin te hoog gebleven. Zo zijn er omstandigheden gecreëerd waarin de boterzuurbacterie zich prettig voelt en zich blijft vermeerderen. Wat direct opvalt is het in verhouding lage RAS-getal. Een mogelijke verklaring hiervoor kan de hevige regenval zijn die afgelopen voorjaar kenmerkte. Het is mogelijk dat er zand op het gewas gekomen is, maar dat dit door hevige regen eraf gespoeld is. De bacteriën laten zich dan echter niet meer afspoelen en blijven dus achter. 

Azijnzuur:
Het azijnzuurgehalte in deze kuil is 11.
Azijnzuur is bepalend voor de geur van je kuil. Een prettige geur is azijnzuur uit een gewenste bacteriestam. Een slechte geur is azijnzuur uit vervuilende bacteriën en gisten. De hoogte van het azijnzuur in je kuilanalyse zegt nog niets over de herkomst van het azijnzuur. Zie ook de onderstaande tabel.

Azijnzuur kan uit een toegevoegde heterofermentatieve bacterie komen (bijv. L. Buchneri 40788 en L. Hilgardii 4785). Het geproduceerde azijnzuur uit deze bacteriën doden en remmen gisten en dat is bevorderlijk voor je kuil. Gisten zijn namelijk verantwoordelijk voor broei, verhoging van je pH-waarde en een lagere droge stofopname. Door de activiteit van gisten worden omstandigheden voor de slechte bacteriën juist gunstig. En dat wil je niet. Azijnzuur uit een gewenste bacteriestam kan dit dus voorkomen.

Zoals je in de tabel ziet is er echter ook azijnzuur dat geproduceerd wordt door gisten, coliformen (bacteriën uit de directe omgeving van de koe) en eiwitafbrekende bacteriën (proteolytische clostridia). Dit azijnzuur geeft juist een slechte fermentatie, geur en smaak aan je kuil en dit wil je voorkomen.

Kortom; bij het lezen en interpreteren van een kuilanalyse is het dus belangrijk te weten of er een heterofermentatieve bacterie aan de kuil is toegevoegd. En ruik de kuil ook vooral zelf. Zo kom je erachter waar het azijnzuur vandaan komt.

Melkzuur:
Het melkzuurgehalte in deze kuil is 30.
Melkzuur zorgt na het sluiten van de kuil voor een snelle pH-daling en daarmee een stabiele kuil. Bij deze kuil is er te weinig melkzuur geproduceerd en hadden er eigenlijk melkzuur producerende bacteriën toegevoegd moeten worden. Om voldoende effect te hebben bij het toevoegen van melkzuur, is uit een meta-analyse van 130 studies gebleken dat je dan minimaal 100.000 cfu homofermentatieve bacteriën per gram ruwvoer moet doseren (Oliveira et al., 2017).

Ruw as:
Het RAS-gehalte in de kuil is 85.
Ruw as bestaat uit mineralen en eventueel verontreiniging met zand. Dit wil je zoveel mogelijk voorkomen. Streef dus een laag Ruw as getal na. In deze kuilanalyse zien we een laag RAS-gehalte. Complimenten aan deze veehouder. Er is netjes gewerkt en de machines stonden goed afgesteld, wat geleid heeft tot dit mooie resultaat. Een hoog Ruw as getal en dus veel vervuiling met zand geeft altijd een risico op boterzuurbacteriën en sporen in je ruwvoer en dat wil je voorkomen.

NH3-Fractie:
De NH3-fractie in deze kuil is 11
.
De NH3-fractie of ammoniakfractie is een maat voor conservering van de kuil. Een hoog percentage geeft aan dat de conservering slecht is verlopen en dat er veel eiwit verloren is gegaan. In deze analyse zien we dat de NH3-fractie boven het streefgetal uitkomt. De eiwitafbrekende bacteriën hebben ondanks een laag ruw eiwit toch voldoende voeding en gunstige omstandigheden gehad om te blijven groeien in populatie. De pH-waarde is niet snel en diep genoeg gezakt om de vermeerdering van deze bacteriën te stoppen.

Ruw Eiwit Totaal:
Het Ruw Eiwitgehalte in deze kuil is 153.
Ruw Eiwit is opgebouwd uit NPN (niet-eiwit stikstof) verbindingen, Peptiden, Werkelijk eiwit, NDF gebonden eiwit en lignine gebonden eiwit. Als er veel nitraat vrijkomt op een natuurlijke manier vanuit de bodem, of als er bemest wordt met een nitraathoudende meststof krijg je meer NPN-verbindingen en peptiden. Eiwitafbrekende bacteriën vinden dit prettig en bacteriën in de pens kunnen dit minder goed benutten. Het bemestingsplan, de keuzes voor de meststoffen, het maaimoment en het droge-stofgehalte in de kuil zeggen eigenlijk meer over deeiwitkwaliteit dan alleen het Ruwe Eiwit-getal op zich. In een volgend artikel komen we hierop terug.

Suiker:
Het suikergehalte in deze kuil is 59
.
Suiker vormt de belangrijkste voedingsbron voor bacteriën, zowel voor de goede als de slechte bacteriën. Om een goede indicatie van het totale suikergehalte te krijgen op het moment van maaien, kun je de suikers en de zuren het beste bij elkaar optellen. Voor deze analyse betekent dat: Boterzuur 4,6 + Azijnzuur 11 + Melkzuur 30+ Suiker 59 = 104,60 totaal. Dit is niet hoog. Het lijkt erop dat er tussen het maaien en inkuilen de nodige suikers verloren zijn gegaan.  Hoe korter de veldperiode, hoe minder verlies aan suikeren des te minder slechte micro-organisme suikers hebben geconsumeerd en zich dus verder kunnen ontwikkelen.

Micro-organismen, omzettingen en gevolgen
Je weet nu wat meer over de getallen uit een kuilanalyse. In deze tabel lees je meer over de micro-organismen in de kuil, hun omzettingen en de gevolgen daarvan.

Ben je benieuwd naar tips voor het inkuilen van gras? Bekijk ze dan hier

Bron: 
Oliveira, A.S., Weinberg, Z.G., Ogunade, I.M., Cervantes, A.A.P., Arriola, K.G., Jiang, Y., Kim, D., Li, X., Conçalves, M.C.M., Vyas, D. & Adesogan, A.T. (2017). Meta-analysis of effects of inoculation with homofermentative and facultative heterofermentative lactic acid bacteria on silage fermentation, aerobic stability, and the performance of dairy cows. Journal of Dairy Science, 100(6), 4587-4603. https://doi.org/10.3168/jds.2016-11815


Nieuws

Microscopisch onderzoek ruwvoer
Microscopisch onderzoek ruwvoer
Als BeterRuwvoer doen we samen met onze partners veel onderzoek naar ruwvoerkwaliteit en hoe…
Lees meer
Een kijkje in de (voer)keuken bij Geitenhouderij Jansen
Een kijkje in de (voer)keuken bij Geitenhouderij Jansen
Wat zijn de ervaringen in de praktijk met Magniva? We geven graag een kijkje…
Lees meer
Meer opbrengst uit eigen ruwvoer door kuilverbeteraar
Meer opbrengst uit eigen ruwvoer door kuilverbeteraar
Melk en/of vlees uit eigen geteeld ruwvoer is de sleutel tot het hoogste rendement…
Lees meer
Betere kuil, hogere opname, gezond meer melk.